Een veelbelovende toekomst

Binnenstadskrant: home - Januari 2004 - Stationsgebied

Een veelbelovende toekomst

Bij het Stationsgebied kan ik me soms niet voorstellen dat het ooit anders is geweest. Dat is een vergissing. In filmtheater ’t Hoogt werd zondag 21 december 2003 bewegend beeld uit het Utrechts Archief vertoond uit de periode dat het Stationsgebied zijn huidige vorm kreeg en erna. Men had op een kleine opkomst gerekend, maar de belangstelling bleek onverwacht groot, er kwam een tweede voorstelling en ook toen zat de grootste zaal van ’t Hoogt vol.

Eerst werd een compilatie vertoond van filmfragmenten die Henk W. Gomersbach in 1970-1973 filmde in opdracht van de gemeente Utrecht. Zwart-wit, gemaakt met een kleine camera, het beeld is vaag en er is geen geluid. Het Stationsgebied en omgeving, Wijk C, het Jaarbeursplein en de Lange Jansstraat komen voorbij. Tussen de fragmenten kondigt een tekst aan wat te zien zal zijn. De sfeer lijkt jaren twintig, de tijd van de stomme film, maar aan de auto’s en de kleding van de mensen kun je zien dat het echt rond 1970 is. Het is een gekrioel van auto’s en mensen, veel drukker dan nu. De huizen in Wijk C lijken al opgegeven, ze zien er vervallen uit. Veel waslijnen, bouwvallen, geparkeerde auto’s en op straat spelende kinderen.

Dan volgt een voorlichtingsfilm over Hoog Catharijne in aanbouw. Al snel wordt duidelijk dat kosten noch moeite gespaard zijn: een film van goede kwaliteit, in kleur, met geluid en de gepolijste stem van een betrouwbaar klinkende nieuwslezer. Het is een jubelend beeld van een veelbelovende toekomst, welvaart en doelmatigheid, het kan allemaal niet beter. Maar iedereen in de zaal kan weten dat het zo mooi en gestroomlijnd toch niet geworden is. De toon van de film lijkt eerder op die van een propagandafilm uit de jaren dertig, de periode van wie het luidst roept heeft gelijk, de onverzettelijke wil, breken en vernietigen omwille van een gouden toekomst voor enkelen en zeer bedrogen uitkomen.

De slotfilm, Winkelhart van Ben van Lieshout, is van een aantal jaar terug. Kleur met geluid, er is geen gesproken commentaar. Hij begint rond vier uur ’s ochtends. Het lijkt of door een ramp de mensen zijn verdwenen maar het licht aangebleven is. Op het verlaten busstation beweegt alleen het opwaaiende vuil. De eerste mensen zijn dakloze verslaafden in het binnenste van Hoog Catharijne - ‘de tunnel’ was toen nog niet gesloten. De ellende wordt alleen maar erger als de camera meegaat in de cabine van de veegwagen die een poging doet de tunnel schoon te vegen. Terwijl de eerste forenzen naar het station gaan, gaat het beeld naar een verslaafdenopvang. Een vrouw zit te slapen, een man ligt met zijn hoofd naast een bord met boterhammen. Ze zien er vervuild uit, hun kleren zijn kapot, alles aan ze lijkt uitgeput. De sfeer lijkt eerder die van het eind van de jaren zeventig, begin jaren tachtig - doem en ellende, alles wordt alleen nog maar slechter.

Ido de Jonge


vorig artikel januari 2004 - volgend artikel januari 2004