De SLAU is Ed van Eeden

Claire Leo en Roland Fagel
© Sjaak Ramakers

Dick Franssen

Vanaf het begin, 25 jaar geleden, drukte schrijver-journalist Ed van Eeden met z’n grote invloed in uitgeversland, enthousiasme en forse postuur zijn stempel op de Stichting Literaire Activiteiten Utrecht. Hij begeleidde Ronald Giphart en Manon Uphof naar hun debuut bij Nijgh en Van Ditmar en stond daarmee aan de wieg van de ‘Utrechtse school.’ Ook zorgde hij ervoor dat auteurs van Querido, A.F.Th. van der Heijden uitgezonderd, nauwelijks op Utrechtse avonden verschenen. Hij had iets tegen die uitgeverij, nadat Querido-auteur P.F. Thomése en hij elkaar in een krant naar de keel waren gevlogen.

De SLAU houdt kantoor in twee tamelijk rommelige kamers in het Louis Hartloopercomplex. Daar werken Claire Leo [enkele dagen per week betaald] en Roland Fagel [sinds 1 januari één dag per week betaald]. Met het oog op de viering van het zilveren jubileum doken ze in het verleden en vonden allerlei aardige papieren, zoals de oprichtingsacte met de doelstelling ‘de Utrechtse literatuur op een hoger plan te brengen’. In hoeverre het de verdienste van de SLAU is, valt moeilijk vast te stellen, maar het wemelt in Utrecht tegenwoordig van de schrijvers en dichters. Dat was 25 jaar geleden beslist niet het geval.

Ouderwetse regent

Roland Fagel begon als vrijwilliger bij de SLAU in 1995, de tijd dat Max Snijders nog voorzitter was. Snijders, oud-hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad, kon bij Fagel een potje breken. ‘Ik heb genoten van die man; hij was een echte ouderwetse regent’.

Elke SLAU-avond werd na afloop door Snijders tot op het bot geanalyseerd. Onder de huidige voorzitter, Ari Doeser, directeur van de Boekverkopersbond, gebeurt dat niet. ‘Jammer’, zegt Fagel. Door de jaren heen was de SLAU vooral het maandelijkse literatuurcafé. Honderden auteurs kwamen daar voorbij. Ze lieten zich ondervragen [vaak door Ed van Eeden] en lazen voor.

Intussen is er van alles bij gekomen: het jaarlijkse Verhalenfestival [nu Utrechts literatuurfestival], de Belle van Zuylenlezing [samen met Vrede van Utrecht] en de lezingen van Studium Generale. In de kelder van de Kargadoor gaat binnenkort een reeks van start waarbij één dichter centraal staat. ‘Er zijn zoveel goede dichters in Utrecht dat we dat makkelijk twintig, dertig keer kunnen doen.’ Met de HC-Trophee en ‘Utrecht over Utrecht’ besteedt de SLAU de laatste jaren ook aandacht aan amateurs.

Arme schrijvers

De SLAU bestaat vooral van gemeentesubsidie. Het meeste geld gaat naar optredende schrijvers, die afhankelijk van hun bekendheid bedragen vragen van tussen de 250 en ver over de duizend euro. Jaren geleden las Harry Mulisch à raison van drieduizend gulden een hoofdstuk uit De ontdekking van de Hemel voor. Tommy Wieringa kost 1100 euro. Leon de Winter vraagt zoveel dat de SLAU hem niet uitnodigt. De schrijvers laten de bedragen vaststellen door de stichting SSS [Schrijvers School Samenleving] waarbij ze zijn aangesloten. Roland Fagel: ‘De optredens vormen een substantieel deel van hun inkomsten.’ Claire Leo: ‘De meeste schrijvers blijven arm, maar de bekende worden steeds rijker.’

Een meerderheid in de gemeenteraad steunt het voorstel van D66 voor de aanstelling van een stadsdichter. Fagel en Leo vinden het een goed idee, mits hij goed betaald wordt uit de pot van Stadspromotie. De eerste stadsdichter wordt ongetwijfeld Ingmar Heytze, al jaren officieus in functie. Gelijktijdig in twee zalen van het Louis Hartloopercomplex speelt zich op zondag 2 november de derde editie van het Utrechts Literatuur Festival af. Onder meer met een eerbetoon aan Judith Hertzberg. (www.SLAU.nl)