Leegstand winkels dreigt helemaal niet

Leegstand winkels dreigt helemaal niet

Het oude winkelcentrum van het oninteressante Oberhausen liep leeg na de opening van CentrO, een winkel- en vermaakcentrum buiten de stad, omringd door 14.000 gratis parkeerplaatsen. Iets dergelijks gaat in Utrecht zeker niet gebeuren.
© Dick Franssen

Gert Sjoerd Kuperus

Onder de kop 'Leegstand winkels dreigt' schreef Kees van Oosten in de vorige Binnenstadskrant over de ontwikkeling van de winkels in de Binnenstad. Hij schetst een somber beeld van de ontwikkeling van de stad. Hij ziet een suburbanisatie - mensen die wat meer hebben uit te geven, verlaten de stad. Zij trekken naar de omliggende gemeenten en naar Leidsche Rijn, dat volgens hem dus niet tot de stad hoort.

Bij dit beeld zijn wel wat kanttekeningen te maken. De grote suburbanisatie van Utrecht - de uittocht naar de omliggende gemeenten - heeft zich vooral in het verleden afgespeeld. Vanaf de negentiger jaren is deze uittocht per saldo grotendeels tot stilstand gekomen [alleen Houten groeit nog door overloop]. Het afgelopen decennium is er vooral groei van de gemeente Utrecht. De laatste jaren komen er zo’n 5000 inwoners bij in de stad op jaarbasis. En deze groei vindt echt niet alleen plaats in Leidsche Rijn. Het aantal inwoners in de Binnenstad is de laatste vijf jaar met ruim zes procent toegenomen. En ook de andere 'sterke' wijken in de bestaande stad als Oost en Noord-Oost laten dergelijke toenames zien. Deze wijken kennen evenals de Binnenstad een grote populariteit; ze scoren hoog bij de bewoners. Het overgrote deel van de mensen zal zich niet herkennen in kwalificaties als 'onveilig, smerig en druk'. Hoewel er natuurlijk altijd punten zijn die beter kunnen - maar dat geldt voor elke prettige woonbuurt in Nederland.

Warm noch koud

Vervolgens stelt Van Oosten dat door de geplande grote winkeluitbreidingen in de regio, door perifere winkels en door het winkelen via internet de bestaande winkels het heel moeilijk krijgen. Hij komt dan met het doemscenario dat er over tien jaar, naast Hoog Catharijne, vrijwel geen winkels meer over zijn in de Binnenstad. En houdt de politiek daarvoor verantwoordelijk, omdat die daar niet koud of warm van wordt. Opnieuw wat kanttekeningen. Over perifere winkelontwikkelingen wordt in Nederland al veertig jaar gesproken, maar er is tot nu toe bijna niets gerealiseerd [met uitzondering van auto- en meubelboulevards en tuincentra]. Anders dan in Frankrijk voelen Nederlanders daar niets voor en bij het referendum in Tilburg werd een dergelijk plan dan ook weggestemd. Internetwinkelen groeit, maar is vooral een bedreiging voor bepaalde soorten winkels. Boekhandels en CD-zaken verzetten zich met succes door een dieper en breder assortiment te voeren. En nieuwe winkelcentra? Als je weet dat de bevolking van de regio gegroeid is met zo’n zestig procent sinds 1970 en dat de reële koopkracht van de consument met vele tientallen procenten is toegenomen, dan is het duidelijk dat er bijvoorbeeld in Leidsche Rijn nog heel veel ruimte is voor een uitbreiding van het winkelbestand.

Veranderend karakter

Maar het belangrijkste punt is dat nieuwe winkelcentra nauwelijks een bedreiging zijn voor de Binnenstad. Ook van Overvecht werd gedacht dat dit winkelcentrum veel klandizie uit de Binnenstad zou weglokken. Maar dat is maar zeer ten dele gebeurd. En dat heeft vooral te maken met het veranderde karakter van de winkels in de Binnenstad. Vroeger gingen de mensen naar de Binnenstad om boodschappen te doen. Tegenwoordig vooral om te shoppen. Mensen keren niet meer terug uit de Binnenstad met zakken aardappelen of een tweezitsbank. Er worden nu vooral mode artikelen verkocht als kleding en schoeisel, hebbedingen en snuisterijen. Een eindeloos breed assortiment waar wekelijks driekwart miljoen mensen op afkomen. Maar shoppen is maar een kant van het gebeuren. Ook de horeca, de bioscopen, de rondvaart, de culturele instellingen en nog veel meer maken onderdeel uit van het dagje uit in de Binnenstad van Utrecht. Als Van Oosten gelijk zou hebben, dan zouden we het voorspelde grote winkelsterven nu al moeten zien. Maar in werkelijkheid is het aantal winkels in de Binnenstad alleen maar toegenomen. Zo is de oostkant van de zuidelijke Oudegracht nu bijna helemaal verwinkeld, heeft de Twijnstraat veel nieuwe zaken gekregen, zijn er nieuwe winkels in de Minderbroederstraat bijgekomen en zijn Voorstraat en Wittevrouwenstraat nu veel sterkere winkelstraten.

High Street

Natuurlijk zullen ook in de komende jaren winkels het loodje leggen en zullen er nieuwe formules bijkomen. Maar de High Street van Utrecht zal zijn aantrekkingskracht behouden als de detailhandel blijft inspelen op de steeds veranderende vraag van de consument.