Elaine Vis

De bestrating in de Domstraat is wel heel miserabel
© Sjaak Ramakers
De bestrating van de Binnenstad komt er niet slecht af, concludeert onze redacteur Elaine Vis na een wandeling met het pas verschenen boek Stratenmaken [van Jeroen Bosch en Harm Veenenbos] in de hand.
In het boek staan 82 voorbeeld-straten, waaronder twee uit de Utrechtse Binnenstad: de Nieuwegracht en de Drift. Elaine Vis vertelt al wandelend wat Bosch en Veenenbos in het kort beschrijven over deze twee straten. Vervolgens geeft ze, uitgaande van enkele vuistregels uit het boek, en van haar gevoel voor schoonheid [ze is kunstenares] en bovendien als fietser, haar mening over andere plaatsen in de Binnenstad.
Halve werk
De Nieuwegracht met zijn paardenkastanjes en esdoorns voldoet ruimschoots aan de regel waarbij het planten van een boom het halve werk is. Het geeft de 14de eeuwse gracht zijn bijzondere sfeer. Het patroon in de bestrating van roodbruine en blauwkleurige bakstenen duidt de verschillende verkeersfuncties aan. De bakstenen zijn vaak in segment- of getrapt verband gelegd. Meestal is er geen stoep. Alles is zo geplaatst dat je weet waar je moet fietsen, rijden met de auto en waar je het beste kunt lopen. Op de Drift staan de huizen aan een verdiepte gracht. Ook hier zijn het fietspad en de rijstrook slechts door het gelegde steenpatroon met een minieme kleurafwijking van elkaar te onderscheiden. Het is een rustige gelijkvloerse bestrating waardoor de aandacht naar de prachtige 18de eeuwse huizen gaat. Zo blijft de sfeer behouden en kan het bijna onmogelijke: de straat kan zowel auto's, voetgangers als heel veel fietsers aan.
Het grote wonder
De Binnenstad is niet berekend op al het verkeer. Maar er zijn goede oplossingen gevonden, waarbij de historische sfeer behouden wordt en het met passen en meten net kan. Daarom moet je als fietser of wandelaar ook regelmatig gebruik maken van de autostrook. Er zijn echter ook plaatsen waar de grote hoeveelheid verkeersbewegingen op gespannen voet blijft staan met het stratenplan. Op de Voorstraat rijd je als fietser in de bocht ter hoogte van het Jansveld bijna tegen geparkeerde voertuigen als een auto of vrachtwagen je inhaalt. En dan is er het grote wonder dat dagelijks geschiedt bij de Stadsschouwburg, waar honderden fietsers op het eind van de dag vanaf de Nachtegaalstraat als het ware de Binnenstad inspuiten. Na de oversteek worden ze gelanceerd op een smal fietspad tussen busbaan en trottoir. Een wonder dat het zo vaak goed gaat, maar vrij van adrenaline is het geenszins om zo te fietsen in de stad.
Zorgvuldige details
De busbaan met zijn rode plaveisel, hardstenen stoepraden en smalle langgerekte roosters voor de afwatering duidt meteen bij binnenkomst in het centrum op een doorgaansweg. Brede lage drempels scheiden de baan van de aangrenzende fietspaden en wegen. De lange zichtlijnen worden door deze vormgeving benadrukt.
De andere straten in de omgeving bestaan bijna allemaal uit historisch handwerk met zorgvuldige details, waarbij de richting waarin de stenen zijn gelegd aangeeft hoe je je als verkeersdeelnemer dient te gedragen. Het is daardoor onnodig extra borden en witte markeringen aan te brengen.
Het plaveisel is vaak afgebiesd met granietkeien en voor opritten en bij verkeersdrempels liggen dubbele rijen klinkers. Op sommige straathoeken zijn witte geribbelde tegels ingelegd voor de blinden.
Er is rust gecreëerd door een herhalende indeling van de bestrating en de bewegwijzering. Het hedendaagse van de busbaan gaat hand in hand met het historische van de stad. Utrecht heeft het eigen karakter van de Binnenstad herkenbaar in een helder plan gevat. Maar even buiten het centrum gaat het mis. Het kruispunt bij de Biltstraat en de Kruisstraat is één van de minst overzichtelijke in Nederland, met een woud aan verkeersaanduidingen, markeringen en stoplichten.
Putten
Kabels, leidingen en afvoerbuizen hebben ruimte nodig en moeten ook genoeg afstand houden van de groeiende boomwortels. Hoe stop je dat allemaal onder grond ?
Op kruispunten zoals onder andere bij de Hamburgerstraat en de Springweg valt het op dat tussen het prachtig gelegde plaveisel meerdere putdeksel dicht bij elkaar liggen. De weloverdachte inrichting van de straat wordt plotseling teniet gedaan door deze schijnbaar lukrake plaatsing. De deksels kunnen niet verstopt worden in troittoirranden, want er zijn geen hoge stoepranden in de Binnenstad. En dat ze niet langs het troittoir liggen is ook meestal begrijpelijk. De schoonmaak- en onderhoudswagen moet erbij kunnen en aan de kant geparkeerde auto's staan in de weg. Maar om het goed gedetailleerde straatbeeld dan zo te verstoren met zo'n rommelige plaatsing is doodzonde.Die putten liggen sowieso niet zo lekker in de Binnenstad. In de Lange Nieuwstraat word je als fietser prompt in de afwateringsputten geduwd als een auto of bus je passeert. De ligging ten opzichte van het dekweg is te diep. In de bestrating die de laatste jaren is aangebracht ligt vaak een goot tussen het fietspad en de stoeprand, die met een verschil in steenlegging is vormgegeven, maar helaas onnodig veel hoogteverschil heeft met het rijdek. Voor een automobilist lijkt het alsof je als fietser ruimte genoeg hebt om uit te wijken, maar niets is minder waar. Je gaat bijna over de kop als je eenmaal met je voorwiel in die spleet langs het troittoir terecht komt. Soms vraag ik mij af: zouden stratenontwerpers wel eens fietsen?
Lappendeken
Concluderend: het is opvallend hoeveel prachtige materialen er in de Binnenstad in de openbare ruimte gebruikt zijn en met hoeveel vakmanschap die hun plek gekregen hebben. Maar helaas is het wegdek bijna overal verzakt. Dat is jammer, want behalve het fysieke ongenoegen dat het oplevert, doen de verzakkingen het visuele effect teniet dat de ontwerpers van de straat voor ogen hadden met de mooi gebruikte materialen.
De Domstraat spant op het moment de kroon met het tijdelijk gerepareerde asfalt-wegdek dat aan een lappendeken doet denken.

















