Airco vreet stroom

Airco vreet stroom
Marijke Brunt

In Derde Wereldlanden zie je er duizenden, maar in Utrecht zijn ze gelukkig zeldzaam: airco’s op de buitenmuren.
© Gerard Arninkhof

De mens is kieskeurig. Binnen vindt hij het ’s zomers al gauw warm. In winkels en restaurants bieden airco’s hem aangename koelte.

Bij een airco hoort het beeld van een ijzeren, vaak langzamerhand een beetje viezige kast die buiten aan de gevel hangt. Het apparaat zoemt en rammelt, blaast nare warme lucht uit en lekt water. Niet bepaald fraai. Dat vindt de gemeente ook. Daarom is voor een airco-installatie, net als voor andere ‘kleine bouwwerken’ zoals rolluiken en gevelreclame, een vergunning nodig. Voor de vergunning moet een airco aan de volgende eisen voldoen. De kast mag niet aan een voorgevel of een zijgevel aan de openbare weg hangen, maar moet bij voorkeur een plaatsje krijgen op het platte dak. Gestreefd moet worden naar een zo onopvallend mogelijke plaatsing en vormgeving. Als de kast in het zicht staat, moet er soms verplicht een ombouw omheen. Speciaal in de Binnenstad houdt de gemeente streng vast aan de eis van onzichtbaarheid, omdat het hier een beschermd stadsgezicht is.

Decor gangsterfilm

Bij een inspectietochtje kris kras door straten en stegen van de Binnenstad zie je slechts een enkele airco aan een muur hangen, in de Dorstige Hartsteeg en de Willemstraat. Een uitzondering is te vinden in het begin van de Mariastraat, waar een duister slop met een stel vieze airco-kasten zó kan dienen als decor in een oude Amerikaanse gangsterfilm. Maar in het algemeen lijkt de gemeente goed de hand te houden aan onzichtbaarheid van airco’s. Door de onzichtbaarheid op straat zou je licht kunnen denken dat winkels en restaurants dus wel geen airco-installaties zullen hebben. Maar dat klopt niet. Meer dan de helft van de winkels in Nederland heeft airco en dat is ook in Utrecht goed zichtbaar - van bovenaf.

Wirwar van metalen kasten

Neem de lift in een hoog gebouw of klim op de Dom en kijk naar beneden. Werkelijk overal tussen de fraaie gave pannendaken van de oude panden zijn kleine en soms ook heel grote platte daken te zien met daarop een onappetijtelijke wirwar van allerlei uitwassen, grote metalen kasten en dozen, vierkant, rond, in verschillende modellen en formaten, met ventilatoren, dikke pijpen ook. Dit zijn de buitentoestellen van de airco-installaties. Een airco bestaat uit een binnen- en een buitentoestel met een gesloten buizensysteem waar een speciale koelvloeistof in zit.. De werking van een airco berust op het natuurkundige principe dat voor de verdamping van een vloeistof warmte nodig is. Die warmte wordt in een airco met hulp van compressorpomp, verdamper en condensor onttrokken aan de omringende lucht, die daardoor dus koeler wordt [binnentoestel]. Als de damp weer condenseert tot vloeistof, komt er juist warmte vrij die wordt uitgeblazen naar de buitenlucht [buitentoestel]. Koelen met een airco geeft een prettige koelte, maar heeft ook nadelen. Het gebruikt veel stroom en geeft dus milieuvervuiling. De meeste airco’s zijn tegenwoordig bovendien voorzien van een speciale warmtepomp, waardoor ze ook ‘omgedraaid’ werken als verwarming. Dat kost extra veel elektriciteit, maar het stroomverbruik kan wel weer worden beperkt met een ‘inverter’ die traploos schakelt.

Deuren dicht, ramen open

Om elektriciteitsverbruik en dus milieuvervuiling te beperken, zouden winkels met een airco in elk geval moeten afstappen van permanent geopende winkeldeuren. En afstelling van de airco op een niet te groot temperatuurverschil met buiten is ook aan te raden. Een temperatuurverschil van meer dan vier tot zes graden voelt bovendien aan als een nare koudeklap. En bewoners? Die genieten van de zomer, verruilen hun huiskamer voor tuin, balkon of stoep voor de deur, en zetten gewoon hun ramen open als het te warm wordt.